7. EPILOOG

Ik ben blij de werking van een onstoffelijke wereld zichtbaar te hebben kunnen maken als drijfveer achter alle natuurgebeuren en ik ben blij het treurige materialistische denken te kunnen bestrijden met een religieus alternatief. We kunnen nog zo kritisch staan tegenover het Godsbegrip en allergisch zijn voor dogma's maar we kunnen ons niet meer verschuilen achter een geneuzel van "Er zal wel iets hogers zijn maar niemand weet wat dat is". Een Goddelijke Almacht heeft het stoffelijk universum geschapen, waarin mijns inziens de mens als rentmeester is aangesteld over deze aarde. Er zijn voor mij daarom twee dingen die altijd belangrijk zullen blijven:

1) Gij zult Uw God eren in woord, gebed en door rituelen.

2) Gij hoeft niet iedereen aardig te vinden, maar gij moet uw naaste wel helpen
als deze in nood is.


Theo Balder
Hilversum, 1 december 2005

webdesign : StudioWitte Home | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | Bestellen | Auteur | Contact