2. EEN RELIGIEUZE VERKLARING VAN HET ONTSTAAN VAN HET HEELAL

Het materialistische denken overheerst ons leven
Tot het jaar 1600 was iedereen in onze westerse wereld ervan overtuigd, dat het heelal met zijn planten, dieren en mensen ca 10.000 jaar v.Chr geschapen was door de God uit de Bijbel. Zelfs de fossielen van miljoenen jaren oud waren ook 10.000 jaar geleden geschapen en niemand had daar moeite mee. In de 17e eeuw echter begonnen de laboratoria van universiteiten en hogescholen zich uit te breiden en ontdekte men dat de aarde veel ouder was dan 10.000 jaar. Het bleek dat er ca 15 miljard jaar geleden een grote bal materie uit het niets was verschenen en dat uit deze grote bal materie het stoffelijk universum zich langzaam had ontwikkeld. Het Bijbelse verhaal klopte niet meer en de Goddelijke glans over de Schepping ging een beetje verloren. Het materialistische denken begon door te breken en men begon de indruk te krijgen dat het gehele natuurgebeuren zich kon ontwikkelen zonder hulp van onstoffelijke goddelijke krachten en machten.

Zo is tegenwoordig de meest gangbare verklaring voor het ontstaan van het stoffelijk universum de theorie, dat het universum ontstaan is uit een puntvormige onvoorstelbaar dicht op elkaar geperste hoeveelheid materie die in onbalans is geraakt en ontploft is. Deze theorie leent zich voor uitgebreide wiskundige behandeling en in zijn boek "De eerste drie minuten" beschrijft de wetenschapper Steven Weinberg precies wat er na de Big Bang gebeurd zou zijn.. De vraag is echter, of de Big Bang wel het juiste uitgangspunt is voor het ontstaan en de evolutie der materie, want een onvoorstelbaar dicht opeen geperste hoeveelheid materie die ontploft klinkt wel heel mooi maar is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ik meen dat er ruimte is voor een ander uitgangspunt over het ontstaan en de evolutie der materie, waarbij niet het toeval alles bepaalt, maar een Goddelijke Schepper met een intelligent design (ID).

De nieuwe materieopvatting geeft inzicht in het ontstaan van een evolutionair heelal
In hoofdstuk 1 heb ik de ontdekking beschreven, dat het wezen der materie opgevat moet worden als een onstoffelijke macht die zich manifesteert als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers. Uit wetenschappelijk onderzoek was namelijk gebleken, dat een materiedeeltje zich openbaart als een puntvormige bron waaruit al sinds miljarden jaren allerlei stralingsdeeltjes sproeien. Aangezien het ondanks uitgebreid wetenschappelijk onderzoek niet duidelijk was waaruit deze stralingsdeeltjes bestonden deed ik het voorstel, dat een materiedeeltje een onstoffelijke macht is die zich manifesteert als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers.

Het is een hypothese die bruikbaar zal blijken om het ontstaan van het heelal te beschrijven en die ons, zoals Teilhard de Chardin dat zo beeldend noemt, toegang geeft tot de binnenkant der materie. Hierdoor krijgt de mensenziel met zijn vrije wil, zijn gedachten en zijn creativiteit een duidelijke woning. Het is in deze studie niet nodig geweest om een beroep te doen op Goddelijke openbaringen aan daartoe uitverkoren aardse stervelingen. De resultaten van het wetenschappelijk onderzoek hebben mij de nieuwe materieopvatting geopenbaard en deze materieopvatting heeft mij de weg gewezen om tot in het diepste wezen der natuur door te dringen.

Een religieuze benadering van de Oerknal of Big Bang
Het eerste natuurverschijnsel dat ik in deze essay wil onderzoeken is het ontstaan van het heelal (stoffelijk universum). Het uitgangspunt hierbij is dus een nieuwe materieopvatting die zich laat formuleren als:

Een materiedeeltje is een onstoffelijke macht die zich manifesteert als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers.

Met deze religieuze benadering van het wezen der materie als uitgangspunt komt het mij voor, dat ca 15 miljard jaar geleden een "Onstoffelijke Macht" zich heeft mogen manifesteren als een onnoemelijk aantal boodschappers uitsproeiende puntvormige bronnen, die wij in navolging van Aristoteles "oerstofdeeltjes" zullen noemen. Deze oerstofdeeltjes zijn dus de kleinst mogelijke materiedeeltjes en bestaan dus uit een puntvormige bron, waaruit boodschappers sproeien die met een snelheid van 300.000 km per sec hun bron verlaten. Deze boodschappers dragen dus een boodschap in zich die verklaart dat ze uit een oerstofdeeltje komen en dat ze klaar staan om als bouwsteen gebruikt te kunnen worden voor de ons zo bekende elektronen, protonen en neutronen en de daaruit weer voortkomende dode en levende materie.

Omdat in de materialistische natuurfilosofie een puntvormige, onvoorstelbaar dicht op elkaar geperste hoeveelheid materie met veel geweld ontplofte bij het ontstaan van het heelal is de uitdrukking "Big Bang" ontstaan. De oerstofdeeltjes in deze religieuze natuurfilosofie zijn mijns inziens echter geluidloos verschenen en er knalde dan ook niets bij het verschijnen van de grote bal oerstof. Hoogstens begon er een onhoorbare storm van boodschappers aan hun lange reis de ruimte in en horen wij misschien nog een zwakke ruis in onze geluidsapparatuur. Het woord Oerknal of Big Bang klinkt goed en is zo hecht aan het ontstaan van het heelal verbonden dat ik het graag verder wil gebruiken.

Zolang er nu geen nieuwe onstoffelijke machten komen die hun boodschappers gaan toevoegen aan het een of andere oerstofdeeltje, zolang gebeurt er niets en sproeien de oerstofdeeltjes hun boodschappers naar alle kanten uit en besproeien ze elkaar. Uit het wetenschappelijk onderzoek is gebleken, dat alle materiedeeltjes die later gevormd werden uit deze oerstofdeeltjes, allemaal vanuit een bepaald punt de ruimte zijn ingevlogen. Het lijkt daarom aannemelijk, dat alle oerstofdeeltjes`in een soort "Kosmisch Ei" bij elkaar zijn geweest, hun karakteristieke boodschappers uitsproeiend waarmee ze hun aanwezigheid in de ruimte kenbaar maakten en bij wijs van spreken daarmee riepen: "Pluk mij, pluk mij".

Het ontstaan van ruimte en tijd
Toen 15 miljard jaar geleden de eerste oerstofdeeltjes verschenen in de vorm van boodschappers uitsproeiende puntvormige bronnen ontstonden eigenlijk ook meteen de begrippen ruimte en tijd. De boodschappers verlieten met een snelheid van 300.000 km per seconde hun bron en vlogen rechtlijnig in drie richtingen een drie-dimensionale ruimte in. Hadden de oerstofdeeltjes hun boodschappers in vier richtingen uitgesproeid, dan hadden we in een vier-dimensionale ruimte geleefd die we ons niet kunnen voorstellen maar wat dan wel had gekund. Onze drie-dimensionale ruimte ontstond dus op het moment dat de oerstofbronnen begonnen met onafgebroken hun boodschappers uit te sproeien en deze boodschappers vliegen net zo lang met een snelheid van 300.000 km/sec rechtlijnig vooruit tot de betrokken onstoffelijke macht besluit ermee te stoppen. Het heeft mijns inziens dan ook geen zin om te stellen dat de ruimte er altijd is geweest. De drie-dimensionale ruimte is ontstaan op het moment dat de oerstofdeeltjes hun boodschappers in drie richtingen gingen uitsproeien en niet eerder.

Bij het verschijnen van de boodschappers uitsproeiende oerstofdeeltjes is naast de ruimte ook de tijd ontstaan. De boodschappers komen namelijk één voor één uit hun bron tevoorschijn wat betekent dat de boodschappers met een zekere tijd na elkaar verschijnen en met een zekere snelheid de ruimte invliegen. Het heeft mijns inziens ook geen zin om te stellen dat de tijd er altijd geweest is. De begrip tijd is voor ons ontstaan op het moment dat de oerstofdeeltjes hun boodschappers gingen uitsproeien en niet eerder. In de wereld van de onstoffelijke machten zal daarom mijns inziens ons begrip van tijd niet voorkomen. Wat er dan wel bestaat weet ik niet en hoef ik ook niet te weten. Wel weet ik dat de Schepper door het laten verschijnen van boodschappers ons een wereld heeft gegeven waarin wij ontstaan, groeien, oud worden en dood gaan en dat is voor ons voldoende.

 
© webdesign : StudioWitte Home | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | Bestellen | Auteur | Contact