6. RELIGIEUZE NATUURFILOSOFIE ONDERZOEKT VELE VRAGEN

Onderstaande vragen wil ik in dit hoofdstuk bespreken:

A) Wat is het verband tussen natuurwetenschap, natuurfilosofie en theologie
B) Waarom is er een materialistische en een religieuze natuurfilosofie
C) Wanneer ontstaat de menselijke ziel
D) Het vraagstuk van de abortus
E) Waar bevindt zich de zetel van ons denken
F) Hoe bewegen we onze hand
G) De onsterfelijkheid van onze ziel
H) Paranormale verschijnselen
J) Aanpassing studieboeken

A) Wat is het verband tussen natuurwetenschap, natuurfilosofie en theologie
De natuurwetenschap beperkt zich tot het wetenschappelijk onderzoeken van verschijnselen, die meetbaar zijn en herhaald kunnen worden. Daartoe behoren b.v. het bepalen van de temperatuur waarbij water bevriest of het opsporen van een katalysator voor de uitlaatgassen van een auto. Omdat de natuurwetenschap zich beperkt tot het onderzoeken van verschijnselen die meetbaar zijn en herhaald kunnen worden, is de natuurwetenschap een afgesloten gebied met haar eigen opleidingen, boeken en tijdschriften.

Aansluitend op de natuurwetenschap komt de zogenaamde natuurfilosofie, die vraagt naar het "Hoe en het Waarom" van een verschijnsel. Zo weten we b.v. uit het wetenschappelijk onderzoek, dat de aarde de maan aantrekt en dat de aantrekkende kracht groter wordt naarmate de maan dichter bij de aarde komt. Maar waarom dat zo is en waarom de maan blijkbaar weet hoe ver hij van de aarde afstaat, dat weten wij niet. Wij kunnen hierover speculeren en theorieŽn opstellen, maar het blijkt niet uit de gedane waarnemingen. De speculaties, theorieŽn en hypothesen die wij opstellen ter verklaring van het "Hoe en het Waarom" in het gedrag der dode en levende materie noemt men graag "Natuurfilosofie". Natuurfilosofie bemoeit zich daarbij niet met openbaringen uit goddelijke bronnen en beperkt zich uitsluitend tot het overdenken van de waarnemingen die gedaan zijn door het wetenschappelijk onderzoek.

Aansluitend op de natuurfilosofie komt de theologie die zich verdiept in vragen als wie heeft het heelal geschapen met zijn planten, dieren en mensen. Theologie is de wetenschap over God, het Goddelijke en de godsdienst, die steunt op uitspraken en openbaringen van daartoe uitverkoren mensen zoals wijsgeren, heiligen en mystici uit alle culturen en landen.

Er ontstaan zodoende drie gebieden die ieder een eigen bestaansrecht hebben. Het gevaar bestaat echter, dat we bij discussies tot convergentie van wetenschap en religie de natuurfilosofie ongemerkt weglaten en we tot slopende discussies komen. Ter verduidelijking zet ik daarom de drie gebieden nog eens onder elkaar:

Natuurwetenschap onderzoekt natuurverschijnselen die meetbaar en herhaalbaar zijn zoals b.v. het bepalen van de aantrekkingskracht tussen de aarde en de maan.

Natuurfilosofie houdt zich bezig met de vraag naar het "Hoe en het Waarom" der natuurverschijnselen zoals b.v. de vraag, hoe de aarde door het luchtledige de maan aantrekt.

Theologie verdiept zich in vragen over God als Schepper van alle dode en levende materie.

B) Waarom is er een materialistische en een religieuze natuurfilosofie
Reeds in de Griekse Oudheid zijn er twee stromingen ontstaan over het wezen der materie. De eerste stroming gaat ervan uit, dat er geen onstoffelijke, spirituele machten werkzaam zijn in het natuurgebeuren en dat we moeten uitgaan van passieve, onbezielde materiedeeltjes. Deze stroming is na 1600 zeer populair geworden en heeft aanleiding gegeven tot de ontwikkeling van een materialistische natuurfilosofie. De materialistische natuurfilosofie gaat er dus van uit dat het gedrag der dode en levende materie te verklaren moet zijn uit de materiedeeltjes zelf zonder hulp van onstoffelijke, spirituele machten.

De tweede stroming gaat ervan uit, dat er wel onstoffelijke, spirituele machten werkzaam zijn in het natuurgebeuren en dat we moeten uitgaan van actieve, bezielde materiedeeltjes. Deze stroming is na 1600 een beetje blijven steken maar kan nu verder ontwikkeld worden door de ontdekking, dat een materiedeeltje op te vatten is als een onstoffelijke macht die zich manifesteert als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers. Hierdoor ontstaat een religieuze natuurfilosofie als alternatief voor de materialistische natuurfilosofie.

Bij alle discussies over schepping, evolutie, Intelligent Design (ID), toeval of goddelijk ingrijpen moeten we ons goed afvragen van welke natuurfilosofie de spreker uitgaat. Indien hij namelijk uitgaat van een materialistische natuurfilosofie, dan is het heelal ontstaan uit de ontploffing (Big Bang) en is de evolutie het gevolg van toeval en survival of the fittest. Bij vragen over schepping, evolutie, ID etc ligt het antwoord in aanleg dan eigenlijk al vast. Indien men van een religieuze natuurfilosofie uitgaat dan is het heelal ontstaan door een Goddelijke macht, die zich mocht manifesteren als een groot aantal boodschappers uitsproeiende bronnen die tevens gevoelig waren voor invallende boodschappers. De evolutie is het gevolg van steeds weer nieuwe onstoffelijke machten die hun boodschappers konden toevoegen aan reeds bestaande bronnen. Alleen een discussie over schepping en evolutie heeft zin als men eerst bepaalt of de spreker misschien ongemerkt uitgaat van een materialistische natuurfilosofie of van een religieuze natuurfilosofie. Daarna weet men tenminste wat beide partijen bedoelen met een Intelligent Design of met schepping en evolutie. Ik hoop dat deze essay kan bijdragen in de convergentie van wetenschap en religie en ons inzicht versterkt in de grootsheid van de Schepping en de kleinheid van de mens.

C) Wanneer ontstaat de menselijke ziel
Reeds in de Griekse oudheid werd door natuurfilosofen zoals b.v. Plato en Aristoteles aangenomen, dat de mens bestond uit een onstoffelijke ziel en een stoffelijk lichaam. De ziel werd daarbij als onsterfelijk beschouwd en het lichaam als sterfelijk en aan ontbinding onderhevig. Deze tweedeling van lichaam en ziel bracht echter het probleem met zich mee hoe een onstoffelijke ziel een stoffelijk lichaam kan beheersen. Door de ontdekking dat een materiedeeltje een onstoffelijke macht is, die zich manifesteert als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers is er een doorbraak gekomen in de ontwikkeling van het probleem hoe een onstoffelijke ziel een mensenlichaam kan beheersen. We hebben inzicht gekregen in vragen als waar bevinden zich de onstoffelijke machten, hoe bestuurt een onstoffelijke macht een ander materiedeeltje, hoe herkent een onstoffelijke macht het aan de beurt zijnde materiedeeltje etc. Hierdoor kunnen wij het gehele natuurgebeuren nog eens opnieuw onderzoeken en krijgen wij inzicht in het ontstaan van de menselijke ziel.

De moderne religieuze natuurfilosofie zoals die ontwikkeld is in de voorgaande hoofdstukken steunt op de gedachte, dat het verschijnen van een zichtbaar lichaam in vier duidelijke stappen gebeurt. Deze stappen waren dus het ontstaan van een ziel, gevolgd door het samenstellen van een werkgroep van onstoffelijke machten met bijbehorende onstoffelijke katalysatorgroep door de ziel, gevolgd door het verschijnen als een stoffelijke katalysatorgroep (DNA molecuul) en als sluitstuk de groei van een zichtbaar lichaam aan het oppervlak van de katalysatorgroep (DNA molecuul). Indien we het ontstaan van een mensenbaby eens willen onderzoeken dan zal de eerste stap moeten zijn dat er een mensenziel moet verschijnen. Het kost mij geen moeite om aan te nemen dat de mensenzielen geschapen wordt door een bovenmenselijke Goddelijke Macht. Ook kost het mij geen moeite om aan te nemen, dat deze Goddelijke Macht een ziel belast met de vorming van een baby maar het was tot nu toe onduidelijk waarmee die ziel dan belast wordt opdat er zich een baby kan gaan vormen. Door de ontdekking dus dat een materiedeeltje een onstoffelijke macht is die zich manifesteert als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers kunnen we het ontstaan van een baby nog eens tot in de diepste gronden gaan onderzoeken. Ik meen dat het volgende gebeurt:

1) Nadat een mannelijke zaadcel zich door een eiwand heeft geboord wordt de eiwand ondoordringbaar voor andere zaadcellen. De katalysatorketen (DNA molecuul) uit de zaadcel en de katalysatorketen (DNA molecuul) uit de eicel bewegen zich naar elkaar toe.

2) Als de bovengenoemde katalysatorketen van de zaadcel en het bovengenoemde katalysatorketen van de eicel elkaar raken krijgt een betrokken Goddelijke Macht bericht dat er een nieuwe mensenziel geschapen moet worden.

3) De betrokken Goddelijke macht benoemt een onstoffelijke mensenziel, welke mensenziel de beschikking krijgt over een compleet nieuwe werkgroep van onstoffelijke machten met bijbehorende onstoffelijk katalysatorketen (DNA molecuul).

In deze nieuwe werkgroep van onstoffelijke machten die de ziel tot zijn beschikking heeft gekregen zijn door de Goddelijke Macht onstoffelijke machten verwerkt uit de zaadcel, de eicel, de voorouders en waar ook vandaan. Elke onstoffelijke macht kan iets maken, b.v. een haarcel met bruin haar of een oogcel met blauwe kleur of een smaakcel die reageert op zoet. De mensenziel gaat dus gebruik maken van onstoffelijke machten die ieder een eigen taak hebben, maar die deze taak alleen kunnen uitvoeren via hun bijbehorende katalysator. Pas als de onstoffelijke katalysator overgaat in een stoffelijke vorm kan hierop een zichtbaar lichaam groeien. Al deze katalysatoren vormen te samen een katalysatorketen, die bekend is geworden onder de naam "DNA molecuul".

Het komt mij voor dat de nieuw benoemde ziel reeds alle potentiŽle katalysatoren in onstoffelijke vorm bezit, die bestemd zijn om hersencellen te gaan vormen die toegang geven tot b.v. een bepaalde creativiteit waardoor we ons onderscheiden van de dieren. Bij de schepping van de ziel door een Goddelijke Macht komt het mij voor dat het karakter, de creativiteit en andere begaafdheden meegegeven worden in de keuze van de betrokken hersencellen. Omdat het nieuw ontstane DNA molecuul na zijn verschijning nog tweeduizend miljoen maal gekopiŽerd wordt in de cellen van een mens en omdat deze DNA moleculen allemaal gelijk zijn komt het mij daarom voor, dat de creativiteit en andere begaafdheden niet als een aparte creatieve ziel later toegevoegd worden aan de animale ziel, maar dat de creatieve aanleg in het DNA molecuul en de daarbij betrokken hersencellen al vastligt.

Op het moment dat de Goddelijke Macht de keuze en volgorde van de betrokken onstoffelijke katalysatoren (onstoffelijk DNA molecuul) heeft vastgelegd en een mensenziel heeft belast met het afwerken hiervan, op dat moment is de ziel en daarmee een nieuwe mens geschapen. Na 20 minuten zien we de nieuwe katalysatorketen verschijnen en kan de groei van de nieuwe mensenbaby beginnen zoals in hoofdstuk 3 en 4 is beschreven.

D) Het vraagstuk van de abortus
Op het moment dat de Goddelijke macht een mensenziel belast met een werkgroep van onstoffelijke machten, die via een katalysatorketen in een bepaalde volgorde hun taken gaan afwerken, op dat moment is eigenlijk een nieuwe mens in aanleg geschapen. Men kan dus niet zeggen dat de nieuwe mens pas een mens wordt na b.v. vier weken van zijn ontstaan. Als de zaadcel de eicel binnendringt is na 20 minuten de mens geschapen. Men dient in het geval van abortus zelf te beslissen wat men wil. Er zijn geen groezelige argumenten te bedenken die de betrokken moeder opgedrongen kunnen worden als aanvaardbaar. Persoonlijk heb ik echter geen moeite met een abortus in een vroegtijdig stadium. De nieuwe baby lijkt mij nog geen weet te hebben van zijn bestaan en heeft nog geen gedachten van goed of kwaad gehad, maar dat moet ieder zelf beslissen.

E) Waar bevindt zich de zetel van ons denken
Het is interessant om eens na te gaan, wat voor opvattingen er in de loop der eeuwen zijn geweest over de plaats waar het denken zich afspeelt, of met andere woorden dus over de vraag waar de zetel van ons denken is. Zo meende de Griekse natuurfilosoof Democritus ca 400 jaar v.Chr., dat het denken verbonden was aan het bewegen van heel fijne gladde deeltjes. De aanhangers van Democritus hadden daar geen moeite mee, want de vele lichtgevende insecten gaven inderdaad de indruk dat de gladde deeltjes bij het overlijden uit het lichaam konden treden en als een soort geest verder konden gaan. Hoewel Democritus alle natuurgebeuren verklaarde uit het bewegen, mengen en ontmengen van allerlei verschillende deeltjes met haakjes en oogjes, wilde hij toch het denken van de mens in de vorm van gladde deeltjes als een soort geest verder laten leven. Zoals ik in hoofdstuk 1 heb beschreven is de materialistische verklaring van het natuurgebeuren heel populair geworden. Het is een voortzetting van de gedachten van Democritus in moderne vorm, maar de idee van het denken als het bewegen van gladde deeltjes is echter geheel verlaten.

Een andere filosoof was Descartes (1596-1650), die de mens verdeelde in een lichaam en een creatieve ziel. De creatieve ziel was de zetel van het denken met zijn geheugen, emoties, creatieve vermogens etc. De zintuigen zoals oor en ogen voerden hun informatie via de hersenen naar de ziel, die zijn beslissingen weer via de hersenen teruggaf naar het menselijk lichaam. Het is Descartes niet gelukt een verbinding te leggen tussen ziel en lichaam, ofwel het mechanisme te ontdekken waarmee de ziel invloed kan uitoefenen op de materie van het lichaam. Het bestaan van een mensenziel en zijn invloed op het menselijk lichaam bleef onduidelijk.

Het duurde tot 1748 voor er een nieuwe poging werd gedaan om de ziel als zetel van het denken, geheugen en creativiteit een plaats te geven. De franse arts La Mettrie publiceerde toen zijn beroemde boek "De mens een machine" waarin hij beschreef, hoe hij in de windingen der hersenen het denken, het geheugen en de emoties meende te kunnen bespeuren. Ook deze opvatting heeft geen stand gehouden en hoewel Laplace in 1880 nog een poging heeft gedaan het denken te verklaren uit de dans van de toen pas ontdekte elektronen heeft het allemaal niet geholpen. De zetel van het denken met zijn geheugen, emoties en creativiteit bleef ongrijpbaar. Tegenwoordig zoekt men een verklaring voor het denken en het geheugen in kleine chemische veranderingen die worden veroorzaakt door signalen uit de zintuigen, terwijl de emoties worden veroorzaakt door allerlei hormonen. Al met al kan men niet zeggen dat we veel verder zijn gekomen in het zoeken naar de zetel van ons denken en het is dan ook tijd om het vraagstuk eens te benaderen vanuit de grondslagen voor een religieuze verklaring van het natuurgebeuren.

Ik meen te kunnen stellen, dat de zetel van ons denken in de onstoffelijke werkelijkheid ligt en niet in de materiele hersenen. Door een materiedeeltje op te vatten als een onstoffelijke macht, die zich manifesteert als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers, is er een onstoffelijke wereld zichtbaar geworden naast het stoffelijk universum. In deze onstoffelijke wereld verblijven talloze onstoffelijke machten, die met elkaar communiceren via boodschappers en die door het aantrekken van passende bouwstenen allerlei bouwwerken kunnen samenstellen zoals b.v. een citroenzuur molecuul.

Het komt mij dan ook voor, dat er voor elk mens een hokje in deze onstoffelijke wereld is gereserveerd, waarin zijn creatieve gedachten opgeslagen worden die daarna tijdloos blijven bestaan. Tijd is verbonden aan wegvliegende boodschappers, maar in het hokje van de "creatieve gedachten" zijn geen boodschappers en kunnen we spreken van een tijdloos bestaan van onze gedachten. Persoonlijk spreekt het mij aan, dat onze gedachten misschien nog eens zullen opstijgen naar de Goddelijke Macht die onze ziel heeft geschapen of zo men wil naar een Goddelijke Almacht. Misschien moeten we verantwoording afleggen van de door deze gedachten veroorzaakte gevolgen, maar daarbij betreden we het allerbelangrijkste terrein van ons leven, het terrein van de Theologie wat eigenlijk een vervolg is op deze essay over religieuze natuurfilosofie.

F) Hoe bewegen we onze hand
Ik meen dat wij onze hand kunnen bewegen door het mechanisme, waarmee onstoffelijke machten de materiedeeltjes kunnen besturen. In dit geval is de onstoffelijke macht gelegen in ons zelf en wel in onze eigen onstoffelijke ziel. Voorgaande beschouwingen hebben ons een onstoffelijke wereld geopenbaard als drijfveer achter alle natuurgebeuren. In deze onstoffelijke wereld heeft mijns inziens iedereen bij de conceptie een eigen plekje toegewezen gekregen als de zetel van ons denken, geheugen, creativiteit. Ook is deze creatieve ziel de zetel voor de informatie die ons toegezonden wordt door onze zintuigen zoals gehoor, gezicht, gevoel, smaak, reuk etc. Indien wij in onze creatieve ziel de beslissing nemen om b.v. onze hand te bewegen, dan voegt de betreffende onstoffelijke macht zijn boodschappers toe aan de bestaande stroom boodschappers in de spiercellen van de hand. De daartoe in aanmerking komende materiedeeltjes in de spiercel worden aangetrokken wat zich uit als een spierbeweging en een beweging van de hand.. Alleen door het mechanisme te herkennen waarmee onstoffelijke machten de materie beheersen kan men door een gedachte het lichaam besturen. Een gedachte is blijkbaar ook een onstoffelijke macht, die in staat is om boodschappers toe te voegen aan bestaande stromen boodschappers om die effecten te veroorzaken die b.v de hand doen bewegen.

G) De onsterfelijkheid van onze ziel
In een materialistische natuurfilosofie is het niet duidelijk waarom een menselijk lichaam veroudert en sterft. De mens verslijt ondanks de toevoer van goed eten, pillen, poeders en vitaminen. Cosmetica kan nog enige tijd de schijn wekken dat alles in tact blijft, maar plotseling is het gedaan met de mens. Na verloop van tijd is alles weer afgebroken tot de grondstoffen waaruit het lichaam was opgebouwd en is er niets meer over van het stoffelijk lichaam. Verouderen duidt er mijns inziens op dat de relatie tussen ziel, DNA molecuul en zichtbaar lichaam na het volwassen worden verandert, wat zich dan uit in de bekende verschijnselen als brosheid beenderen, ziektes, weefselwoekeringen etc. Hieraan kunnen we uiteindelijk niets doen en het zal ook wel niet de bedoeling geweest zijn van de Schepper dat ons stoffelijk lichaam eeuwig op deze aarde zou blijven.

Het DNA molecuul blijft na het sterven van een mens echter bestaan zoals we allemaal weten uit het misdaadonderzoek. Aangezien bij elk stoffelijk bouwwerkje een onstoffelijke macht behoort betekent dit, dat bij het stoffelijke DNA molecuul een onstoffelijk DNA molecuul aanwezig blijft in zijn tijdloze onstoffelijke wereld. Aangezien ook onze gedachten tijdloos blijven bestaan in hun onstoffelijke wereld lijkt het er toch wel op, dat lichaam en ziel onstoffelijk en tijdloos (eeuwig) blijven bestaan. Veel religies en levensovertuigingen zijn hiervan altijd al uitgegaan en deze essay kan deze opvatting alleen nog maar bevestigen. Aangezien crematie geen invloed heeft op het tijdloos voortbestaan van lichaam en ziel in hun onstoffelijke wereld lijkt het mij dat er geen steekhoudende religieuze bezwaren tegen crematie mogen bestaan.

H) Para normale verschijnselen
Door de materialistische promotors zijn paranormale verschijnselen zoals b.v. telepathie, gebedsgenezingen, reÔncarnatie of spiritisme onwaarschijnlijk geacht. De materialistische onderzoekers gaan er namelijk van uit dat het stoffelijk universum de enige werkelijkheid is en dat para normale verschijnselen zoals b.v. telepathie en gebedsgenezingen daar niet in passen. Discussies verzanden meestal in beschuldigingen van boerenbedrog of dat het wetenschappelijk niet kan. Ik meen echter dat al deze paranormale verschijnselen helemaal niet zo onwaarschijnlijk zijn als door de materialistische aanhangers wordt voorgesteld en dat al deze zogenaamde paranormale verschijnselen niet in tegenspraak zijn met de religieuze natuurfilosofie zoals in het voorgaande ontwikkeld. Zodra we namelijk accepteren dat een materiedeeltje een onstoffelijke macht is die zich kan manifesteren als een boodschappers uitsproeiende bron die tevens gevoelig is voor invallende boodschappers, zodra we dat accepteren is de weg vrij voor natuurverschijnselen die niet door de materialistische natuurfilosofie verklaard kunnen worden en dus afgewezen worden maar door een religieuze natuurfilosofie die wel deze verschijnselen kan verklaren en ze dus niet zal afwijzen. Een verdere uitwerking van dit hoofdstuk past niet meer in deze essay maar kan zo nodig later nog eens gemaakt worden.

J) Aanpassing studieboeken
Door de ontdekking van het mechanisme waarmee een onstoffelijke macht een materiedeeltje kan besturen openbaart zich een onstoffelijke werkelijkheid naast het stoffelijk universum. Hiermee is de grondslag gelegd voor een moderne religieuze verklaring van het natuurgebeuren en verliest het materialisme zijn overheersende positie. Mijns inziens is er nu ruimte gekomen voor een serie studieboeken over natuurkunde en biologie, die naast de gebruikelijke materialistische verklaring van het natuurgebeuren ook een alternatief geven gebaseerd op een religieuze verklaring van het natuurgebeuren. De student ontdekt dan dat er naast de dikwijls moeizame materialistische verklaringen van het natuurgebeuren een andere meer spirituele verklaring van het natuurgebeuren mogelijk is, die de grootsheid van de Schepper en de kleinheid van de mens openbaren.

 
© webdesign : StudioWitte Home | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | Bestellen | Auteur | Contact